#duveltje uit een doosje
Explore tagged Tumblr posts
Text
Een sprookje van Anderen. Het evangelie van de boze buurtbewoner. Elke gek zijn gebrek. Hoge bomen vangen veel wind, maar rondvliegende heksen ook. Een opvallende verschijning zijn heeft zo zijn nadelen. Heks wordt aangevallen en verrot gescholden. Vanuit een zeer benepen universum hier vlak om de hoek.
Iedereen is het middelpunt van zijn of haar eigen universum. Sommige universa zijn groot en interactief met andere universa. De bewoner is communicatief en lief. Sommige bewoners gaan op onderzoek uit in hun eigen universum. Deze ontdekkingsreizigers ofwel soulsearchers proberen de wereld te verbeteren beginnend bij die van henzelf. Andere universa zijn werelden op zich. Afgescheiden van alles…

View On WordPress
#afgescheiden zelf#al te gortig#blij#buurt gezellig maken#dag voor goede doel#duivelse grijns.#duveltje uit een doosje#energetische haathaken geslagen in mijn zonnevlecht#foute buurtbewoner#geïnspireerd#Geen enkel respect voor mijn persoonlijke ruimte#gegil#gekrijs#geschreeuw#griezelechtpaar#holbewoner#lange lijsbethesteeg#met stomheid geslagen#middelpunt van eigen universum#moderne sprokkje#onderhandelen is zinloos#parkeerplek toegeëigend#plantenbak op parkeerstrook#rijk der fabelen#schrikbewind#soulsearchers#stuur het ongewenste pakketje retour afzender#universum#van geen kwaad bewust#van haat verwrongen gezicht
0 notes
Text

A p p e l k l i e k
Part 83620125782621
'Nee, maar weet je. Ze is best aardig.'
Mae was die middag meteen in de telefoon geklommen om Mop te informeren.
'Nou èn ?! Waar ligt je loyaliteit ?'
De opgewekte stemming sloeg na nog geen minuut om in een niet mis te verstane ernst, de weerslag van onbevredigde verlangens en revanche op een onbereikt leven. Gevoelens van revanche, irreëel, alsof iemand d'r een hak had gezet of op 'n dwaalspoor gebracht.
'Met het domein bewegen, heerlijk from bottom to top, my name is Mop.', zo had Mop om te beginnen door de telefoon geschald. De peptalk van Hem was ongetwijfeld naar d'r bol gestegen en Mop greep die teruggewonnen mentale ruimte om 's ongegeneerd te experimenteren met de oeverloos saaie en repeterende gedragscodes binnen de quarters van het secretariaat.
'Mooohhop..hahahaha...zo neem je toch niet de telefoon aan, hè ?! Je wist dat ik het was.', ketste Mae terug.
'Ik probeer gewoon iets nieuws uit. Hoe klinkt 't ? Momentje.....effe de deur dichtdoen. Wat 'n tyfus herrie op de gang.'
Er volgde een zachte bons, het geluid van een deur die zonder het gebruik van een klink in het slot werd gedrukt.
'Zei je nou 'tyfus' ?!'
'Ja, sorry. Is hier in de mode op het duivelseiland.'
Toen Mae enthousiast vertelde van de kortstondige ontmoeting met Tory die middag, schoot ze dus bestraffend uit d'r slof.
'Oh ja, je vindt haar aardig. Weet je dat ze 'n abortus heeft gehad ?' Mop wist altijd wel verhalen bij D los te peuteren. Verhalen die zelden in het voordeel van Tory werden uitgelegd.
'Ik ben ruimdenkend, en ja dat had je me al een keer verteld.'
'Jij bent misschien ruimdenkend maar in dat dorp van jou wonen ontzettend veel gelovigen en we kunnen elke vijand goed gebruiken want ze is best wel aardig !', werd er kattig geroepen. De karakteristieke modus operandi, oorlogsminnende drift sloot naadloos aan op Cupido's speerpunten en de warmte van loyaliteit gloeide beschamend op Mae's wangen. Ze wilde d'r vriendin niet meer teleurstellen zoals ze tijdens de bijles van Hem onbewust had gedaan door empathische gevoelens te koesteren voor het verdriet en boosheid van de bedrogen vrouw waarover Hem vertelde. Nu moesten echt alle gangbare waarden en normen op de schop voor het allesoverstijgend doel. Even kwam Roel, het brave knulletje, als duveltje uit 'n doosje in gedachten opdraven om met terugslaande kracht een moralistisch dwaalspoor de hoek in te knuppelen. Schuldgevoelens bekropen d'r hersenpan. Hoe godvergeten gemeen ze was geweest naar Ruben. Wat bezielde haar die middag ! Ze was zichzelf niet....toch ?! Terwijl juist als ze punten wilde scoren bij Mop, deze biecht 't vertrouwen tussen de vriendinnen als vanouds weer onherroepelijk aaneen zou smeden. Toch deed ze 't niet. Kraakhelder, het kon niet duidelijker. De bovennatuurlijke gaven die Hem haar toedichtte hadden gevoelens van onbehaaglijke spijt blijkbaar nog niet helemaal uitgewist. Maar luister, mijn god, ze moest tenslotte kinderen opvoeden om rechtschapen en goede mensen te worden. Logisch dat die onontgonnen bovennatuurlijke gaves waarvan Hem sprak, weliswaar al sidderend en smeulend in de knop, nog even een tijd voor onverschrokken ontluiking moest vinden, ergens op de spirituele reis naar dat hogere doel, die nieuwe betere wereld.
'Is 'n nieuw imago als overspelige vrouw geen beter idee ?!', vroeg Mae onderzoekend. Het recht op abortus, free choice, zelfbeschikking, de hele rode lijn van vrouwenrechten en het ontzeggen ervan zou in deze fase misschien juist wel 'n averechts apologetisch effect uitlokken, 'n duivels pleitbetoog en empathie kunnen oproepen bij de humanistieke ideologen binnen de kring van schoolse invloedsferen. Wijze mannen en vrouwen die menselijke waardigheid, zelfbeschikking, mededogen en moraliteit uitdragen als 'n reciterend mantra. Alleen een komplete karakter transformatie van D, met terugwerkende kracht tot jaren terug naar een ver verleden, zou soelaas bieden. Stel je eens voor, een onderdanige D, pro-life aanhanger, die smekend op z'n knieën was gevallen om Tory te beletten, tevergeefs. Dat zijn gebeden tekort waren geschoten en hij helaas het lot van die goddeloze beslissing heeft moeten accepteren. Ja, dan was Tory het haasje...ook bij de humanistieke ideologen. Vooralsnog zou dat scenario verre van geloofwaardig worden geacht door deze en gene. Überhaupt moesten ze dan eerst D zèlf erbij betrekken, misschien zelfs wel overhalen en overtuigen van die duivelse, nieuw ingedaalde innerlijke bezieling. Nee, eerder nog zou viriel hedonisme vruchten kunnen afwerpen met de fallus als symbool voor humanistische normen en waarden, een instrument voor onderscheid tussen goed en slecht, een instrument voor belonen en straffen.
'Mae, hoe verzin je 't ! De 'overspelige vrouw'. Alsof Tory ooit vreemd zou gaan. Keulen en Aken zijn nog eerder op dezelfde dag gebouwd, maar.... oké, ook prima.' Mae slaakte aan de andere kant van de lijn opgelucht 'n kleine zucht. Er was niet eens gewetenswroeging. Mop zou ze zeker niet teleurstellen, dat wil zeggen, ze was op de goede weg. Er waren zoveel mensen die vreemdgingen.
'Wat is 't probleem nou. Waarom schreeuw je zo ?!' Dit was nou de verbeterde Mae die de plein surveillance deed gedurende het speelkwartier.
'Mijn knikkerzak is weg !'
Martijn wees naar de grond waar zonet nog zijn waardevolle knikkerzak prijkte, gevuld met kleintjes èn koningen, van die gekleurde joekels.
'Misschien ben je gewoon 'n sloddervos. Heb je al in het klaslokaal gekeken ?', snauwde ze.
Aangedreven door een nieuw gevoel van saamhorigheid, een nieuw wij-zij, was Mae over de drempel van d'r eigen schaduw gesprongen. Een krachtige illusie versnipperde stukje voor stukje de moederlijkheid tot een hoopje verpulverde principes. Een misleidende sensatie die tegendraads en tegen alle logica in plotseling zelfs voldoening gaf, meer en meer bij iedere stap over de drempel van d'r oude zelf.
'Ik heb 'm hier neergelegd !', hij wees nog een keer naar de rubberen tegels, vastberaden en overtuigd.
Mae, die dag ingeroosterd als surveillance moeder had terloops en onopvallend de knikkerzak opgeraapt, in haar binnenzak gestopt en daarna d'r opbollende trenchcoat weer stevig dichtgeknoopt. Het groepje kinderen, intens gefocussed op 't spel, besteedde geen aandacht aan zoiets triviaals als 'n snibbige schoolpleinmoeder, het ging hier over knikkers, een serieuze aangelegenheid en trouwens, de lege plek van 'n mededinger was al snel weer opgevuld door nieuwe kanshebbers. Je kon niet zomaar je plaats vrijgeven. Het waren darwinistische minuten rondom de ketsende knikkers. Spiedend speurde ie om zich heen en zocht ondertussen wanhopig bijval, 'Jij hebt toch óók mijn knikkerzak gezien?', riep ie driftig en greep 'n klasgenootje bij de mouw van zijn jas.
'Martijn, we hebben hier respect voor elkaars eigendommen.', begon Mae valselijk aanvallend uit te vallen. 'Dat zijn de schoolregels. Er wordt niet aan elkaars kleren getrokken, snap je dat ! Ik zal aan de juf doorgeven dat je vergeten bent waar je je knikkerzak hebt gelaten.' Martijn stond als versteend voor haar, een klein mannetje uit groep 2, opgevoed in geborgenheid en te jong om de betekenis van manipulatie te kennen, te jong om te begrijpen dat niet alle volwassenen vanzelfsprekend betrouwbaar zijn zoals gewoonlijk, thuis.
De schoolbel maakte dan wel 'n einde aan het speelkwartiertje op het schoolplein, maar niet aan Mae's manipulatieve wendingen waardoor 'n werkelijkheid achter subtiel geregisseerde chaos in 'n steeds dieper wordend labyrint kon wegglijden.
'Martijn, wil jij even naar voren komen.'
Juffie had deze onfortuinlijke gelegenheid, de ingefluisterde leugen, met beide handen aangepakt om nietsvermoedend de klas 'n moralistisch en pedagogisch lesje te geven. Schoorvoetend liep ie tussen de schoolbankjes door naar juffie, vooraan in het klaslokaal. Het schaamrood prikkelde akelig en verraadde onzekerheid, niet de kwelling want waarom moest ie zich dan schamen, gevangen in andermans leugens. 'Martijn hier is vergeten waar ie zijn knikkerzak heeft laten liggen.' De overmacht van 'n klas vol, op hem gerichte zwijgende ogen dwong Martijn om verlegen naar beneden te staren en z'n schaamrode wangen te verstoppen.
'Ik ben het niet vergeten. Iemand heeft m'n knikkers gestolen.', zei Martijn stuurs zonder op of om te kijken. Het liefst was ie naar huis gerend om z'n mama te roepen maar nu stond ie er helemaal alleen voor.
De juf, een toonbeeld van schoolethiek, zei met 'n vriendelijke glimlach, '
Je hoeft je ècht niet schuldig te voelen. Dat vinden jullie toch ook ?'
Ze sprak die vraag uit, daar en plein public aan de zwijgende ogen, alszijnde gezamenlijk een onwrikbare kudde die het verloren schaap weer moest verwelkomen.
'Jaaaa !', klonk het eenstemmig, zonder ook maar een spoor van plagerige gein, uit alle hoeken van de klas. Gebombardeerd door die verstikkende geluidsgolf werd ieder verweer zinloos.
'We willen je alleen maar helpen.', zei juffie bemoedigend maar onbedoeld vernederend. 'Hier op school vinden wij de onderlinge omgang erg belangrijk. Elkaar te accepteren zoals we zijn, niet elkaar te veroordelen. Daarom stel ik voor dat we met de hele klas na de lunch gaan zoeken. Speciaal voor jou. Ga nu maar weer terug naar je tafeltje, Martijn.'
Mae zou, nadat de schoollokalen weer gevuld waren geweest met ordentelijk gerangschikte nazaten van de notabele goegemeente het kantoortje van de directeur passeren. In het openstaande deurkozijn lachend naar 'm zwaaien, vrolijk op weg naar de kapstokjes om uit het rugzakje van Martijn zijn drinkbeker te gappen.
Even later dus, in de klas waar niemand iets wist van Mae's werktuiglijk uitgevoerd vergrijp, verstarde Martijn achter z'n lessenaar, als door een onzichtbaar spook geplaagd toen de schooltas daar lag, op het bureaublad, zonder drinkbeker. Natuurlijk viel het niet op, niemand zei, 'Waar is je drinkbeker ?' Iedereen was rustig aan het smikkelen en iedereen had die drinkbeker kunnen bietsen.
Dit was nog nooit gebeurd. Zijn moeder ging prat op 'n exquise voederregime gedurende schooltijd. Tory had er ooit bijna een rel om gehad, om al die haastig toegestopte Fristi en zakjes chips. Aan het schoolbestuue een klein epistel geschreven, een A4tje vol treurige klaagzang. Of een fruitmand dan geen redding kon bieden aan deze dramatische ontwikkingen, die ze 'n welvaartsziekte van deze moderne tijd noemde. Denk nou niet dat Tory een punnikende moeder was die zelf brood bakte en altijd de fiets nam in plaats van de auto. Een beledigde moeder had d'r met een simplistisch 'Zegt er een wat !' eenvoudig als een schaakstuk kunnen verslaan want wie oordeelt over zeden, oordeelt over het moreel kompas van de gangbare opvattingen en als die gangbaarheid zomaar ook een vrije keuze voor pakjes Fristie en chips tijdens de schoolpauze kan zijn, zou het 'gangbare' moreel kompas wel eens koers kunnen zetten naar conflict en ruzie. Ja, zegt er een wat. Ze was geen heilige, dronk wijn zoals alle moeders er een gewoonte van hadden gemaakt, ze dronk ook vermouth, rookte wel 's een Phillip Morris cigaret, niet in huis, op straat of auto en misschien alleen in bijzijn van spelend grut tijdens 'n borrel met andere moeders omdat iedereen dat nou eenmaal deed, dat dan weer wel. Ze poetste te váák d'r tanden, ging zelf zelden op tijd naar bed, de kinderen kregen heus wel 's snoep, bij speciake gelegenheid kindercola èn ze maakte bijna nooit een boodschappenlijstje maar inderdaad, z'n moeder was altijd zó zorgvuldig als het om de schoollunch en tussendoortjes ging. Nerveus versnelde z'n ademhaling. Hij twijfelde. Zou ie 't tegen juffie zeggen ?! Het leslokaal, de kinderen en juffie, alles kwam ineens vreemd voor. Niet spannend en nieuw zoals hun nieuwe huis met grote tuin om in te ravotten maar het was er eng en raar geworden. Eerst die knikkerzak en nu z'n drinkbeker. Dat kon geen toeval meer zijn, er konden hier dus zomaar dingen verdwijnen.
Maar waarom zou ie het niet tegen juffie zeggen, sprak ie zichzelf in gedachten toe. Misschien zou juffie 'm nu wèl geloven.
'Weg..hoezo ...weg ?', zei juffie hardop zodat iedereen het kon horen. De verbijstering ging door merg en been, alsof ze 'm door de intercom te kakken had gezet.
'Mijn drinkbeker zit er gewoon niet in.' zei ie, getergd door nervositeit nog 's maar dan heel zachtjes, warempel bijna verontschuldigend, een beetje laconiek zelfs en hij haalde quasi terugdeinzend zijn schouders op alsof het 'm wel vaker overkwam.
De ondoorzichtige neurale paden van Juffie, getuige de fronzende blik, suggereerden echter 'n geheel ander escalerend gedachtenspoor. Waarom, is onduidelijk en welke...dat liet zich raden. Was het Els, de adjunkt direkteur, die bij juffie polshoogte had genomen na nog een flagrante leugen, geen leugentje om bestwil maar een snoeiharde leugen die heel duur voor waarheid werd verkocht. 'Dat is je moeder dan waarschijnlijk vergeten.', zei juffie hoofdschuddend. 'Ik haal wel even 'n bekertje appelsap voor je, of heb je liever melk ?'
'Hoe kan ie nou zijn knikkers vergeten hè.' Het was een dag later toen een moeder uit het klasje van Martijn Tory er bezorgd op aansprak bij de hekken van het schoolplein. 'Ik ken 'n goeie ergotherapeut hier in het dorp, die al vaker kinderen van onze school heeft geholpen en daarmee absoluut goeie resultaten boekt, kan niet anders zeggen. Als je wilt zal ik je introduceren voor 'n afspraak. Hij is namelijk enorm populair en neemt zelden nog vreemde klanten aan, vandaar.' 'Ach, wat lief', zei Tory zorgeloos. 'Maar om nou meteen alles te problematiseren. Zo streng is de school toch niet ?! Dan neemt ie die knikkers vandaag gewoon mee naar huis !'
Dat Martijn dus niets had verteld over die knikkers, maakte op dat moment onbedoeld het gesprek ineens nog ingewikkelder en des te meer reden blijkbaar voor de helicopter-moeder om aan te dringen op een bezoekje aan de ergotherapeut.
Tory kon d'r oren niet geloven. 'Je bedoelt eigenlijk te zeggen dat de knikkerzak kwijt is, toch. Dat betekent niet dat ie 'vergeten' is waar ie 'm heeft neergelegd ! Misschien is een van de kinderen er wel mee aan de haal gegaan. We weten tenslotte allemaal hoe geliefd dat speelgoed is. Zijn drinkbeker is zelfs gestolen gisteren. Wie doet zoiets ?! Ik dacht dat dit een nette school was, misschien moet die dief maar 's naar een ergotherapeut.'
Die andere moeder, al jaren ingeburgerd op het schoolplein, hoger in hiërarchie en gezegend met een vast plaatsje op de schoolplein surveillance lijst, net zoals Mae, reageerde vanuit het diepst van d'r ziel gekwetst op de verontwaardiging van Tory en maakte welteverstaan onomwonden duidelijk dat een dergelijke schande niet wordt geduld. 'We vertrouwen elkaar hier en gaan niet zomaar lukraak beschuldigen.' Klaarblijkelijk was Tory minder ingeburgerd dan gedacht.
Oh, en die knikkerzak en beker zijn nooit teruggevonden, hoor. Wie denkt er nou ook aan om in de openbare prullenbakken langs de straat te gaan zoeken, waarin Mae ze had gedumpt. Schande.
Inmiddels zijn we al weer een paar dagen verder en de wereld heeft rustig doorgedraaid. De storm van verontwaardiging was gaan liggen. Martijn liep alweer trots rond met 'n nieuwe knikkerzak, en terecht. Bij de speelgoedwinkel in het dorp vlogen de verse knikkers over de toonbank. Hij had ze zelf mogen uitkiezen, vanzelfsprekend.
De geesten waren nog niet rijp voor het verdrijven van Tory uit het plaatje waarin Mop d'r plaats wilde kapen. Voor die omsmelting moest nog veel meer chaos en onbehagen worden opgevoerd. Daarvoor stond Mae al op scherp met nieuwe plannetjes in de startblokken voor een volgende rel. Een plan dat iedere verwachting overtrof ontvouwde zich op Mae's myriade hersenpaden. Ze hoefde alleen nog maar de lont in het kruidvat te steken en Mae die d'r oorspronkelijke principes steeds beter leerde te negeren, ging over dit nieuw bedacht projekt van ondermijning een balletje opgooien bij Mars.
'Heb je even ?'
'Yep !'
'Kan jij aan 'n zwangerschapskussen komen, een kleintje ?!'
'Ik denk het wel. We hebben zoveel rekwisieten voor fotoshoots. Hoezo ?!'
'Mop krijgt 'n miskraam.'
Er viel 'n overtuigende stilte. Na het verstrijken van luttele seconden werd deze onhoorbare breinbreker door een verbijsterde Mars in slechts een paar woorden samengevat, 'Doe normaal ! Waar zit je aan te denken, Mae ?!'
Om een lang verhaal kort te maken, aan drama zou het op de weg naar Mop's illusionaire liefdesnestje niet ontbreken. Abortus, als schandalig verraad, mocht dan geen goeie strategie zijn voor 'n portie haat, een miskraam daarentegen en vooral het verdriet ervan kon de opluchting van een abortus meteen in de hoek van verdoemenis jagen. Het verdriet van een miskraam zou prille onderbouwing impliceren, de vleesgeworden emotie van geheime wensen, het onverholen idealisme dat hij moet ontberen door het web van tralies waarin het huwelijk de man willoos heeft vastgezet.
Zo-even viel Mars nog bijna van d'r stoel van verbazing over de diepere lagen achter de oorlog van vernedering die Mae aan het organiseren was. Dit was een hele andere Mae dan de Mae die ze dacht te kennen, gesetteld in 'n regelmatig voortbordurend huwelijk volgens vast stramien. Een komplete beeldenstorm.
'Sjiek bedacht Mae, als Mop daarmee instemt. Maar moeten we zoiets niet eerst aan Hem voorleggen ?'
'Ik wil juist resultaat boeken vòòrdat we weer bij elkaar komen. Wij zijn tenslotte de katalysator om de evolutie naar onze hand te zetten, zei ie.' Onmiskenbaar slipte ze in verborgenheid door naar een dubbelleven waarin de betekenis van onrechtvaardigheid een metamorfose onderging en zijzelf naar Hem's trots en de waardering van d'r vriendinnen ijverde.
'Nog iets. We hebben een stand-in voor Tory nodig. Heb jij nog contacten met een castingburo ?!'
'Een stand-in, voor Mop ?'
'Nee, ik mail je de details, 'n foto van Tory en verzin zelf maar een kerel. Ik boek 't wel financiëel af via m'n recruitmentbedrijfje als representatiekosten, mocht het niet met gesloten beurzen lukken.'
'Wat moet die stand-in doen dan ?!'
'Mars, herinner je nog dat Hem zei dat ik paranormale gaves bezit ?! Nou, een profeet ben ik niet, dat weet jij ook wel. Maar als we met een selffulfilling prophecy de realiteit gaan veranderen, kunnen we niet zonder een stand-in. Tory zal uit zichzelf heus niet vreemdgaan. Wie weet kunnen we van een van de kinderen nog wel een bastaardkind maken, uit een overspelige relatie of zo.'
'Tyfus...Mae !'
'Zeg jii ook al 'tyfus' ?!'
'Ja, is mode hier momenteel in de reklame branche. Geen idee waar dat vandaan komt. Maar Mae..gaat dat niet 'n beetje ver ?!'
'Hoezo, ik vraag toch niet om een stand-in uit het smoelenboek van een politie register te halen ?!'
'Okidoki dan. Ik wacht even op de foto van Tory en het script idee. Wanneer moet dat plaatsvinden ?!'
'Als het lukt, volgende week dinsdag, 's ochtends rond 'n uurtje of negen, dan is ze in de sportschool, want we kunnen natuurlijk geen twee Tory's tegelijk op dezelfde plek in het dorp hebben.'
In dezelfde tijdsruimte, op ongelijktijdige momenten en ergens anders, in de stad, ver weg van het dorp werden erotischere plannetjes gesmeed. Het zal tegen tweeën zijn geweest toen Mop smachtend met 'n smsje D sommeerde om te komen.
'Waar ben je ?! Kom hier, ik mis je !'
'Schatje, ben op de vliegclub. Hou vol. Over 'n uurtje.'
Op dat moment kwam haar baas het kantoor binnen. Een invloedrijke man, blond, tegen de penopauze leeftijd aan, jogde regelmatig langs de grachten tijdens kantooruren en nog steeds ontzettend enthousiast over zijn verhuizing naar de stad waar ie een gerestaureerde loft bewoonde.
'Zullen we samen een late lunch doen. Er is onlangs 'n nieuw bagels tentje geopend, vlak bij de PC.'
Mop grijnsde geheimzinnig en zei: 'Helaas, ik ben net geboekt en...je weet wat ze zeggen...three is a crowd !'
'Aha, op die fiets. Maak je het niet te laat, Mop. Er moeten vandaag nog 'n paar persberichten de deur uit.'
'Komt goed. Ben voor zessen vanmiddag wel weer terug.'
En zo gebeurde het dat er dates werden gepland. Meestal vluggertjes in het stadsappartement van zijn broer. Zijn broer wist ervan maar wilde er niets mee te maken hebben. D was z'n broer, daarentegen Tory z'n schoonzus.
In het appartement stond een hele specifieke foto tussen andere familiekiekjes op de vensterbank, een oude foto van D en Tory uit hun studententijd. Een foto die Mop met afgrijzen stond te begluren.
'Kan je die niet wegdoen,' zei ze schaamteloos. 'Waarom moet ik hier herinnerd worden aan die grote vergissing van jou. We gaan vooruit, niet achteruit.'
Dit is toch niet mijn appartement, schatje', zei D. Hij duwde zijn gezicht in haar nek. 'Getverrrr...ga douchen, je stinkt naar vliegtuigen....hoe heet dat spul ?'
'Kerosine...', antwoordde D geamuseerd.
Mop was boos. ' Je zorgt dat die foto verdwijnt, anders hebben we hier geen sex meer, basta !', zei ze fel, terwijl ze de knoopjes van haar blouse langzaam openpeuterde.
'Hou dat temperament even vast, ik ben zo terug.', zei D, die als de wiedeweerga naar de douche snelde.
'Ik meen het, hoor !'
Haar stemming was omgeslagen als een blad aan de boom, terwijl ze zich bezinde op een adequate straf, mocht ie weigeren. Ze dacht aan geen sex, of iets in die trant. Dat zal 'm leren. In het geniep pakte ze de mobiel van D uit z'n broekzak. Nieuwsgierig scrolde ze door de berichten. 'Nieuwe voicemail'. De stem die op de voicemail te horen was herkende ze meteen. Het was Tory. 'Dééé, ben je onderweg !? Ik wilde weten of je vanavond thuis bent voor het avondeten. De kinderen rekenen daar op, anders zeg ik vast dat je niet komt. Bel me.'
Wat een zeurpiet ! Wen d'r maar vast aan. Vergeleken met mij, eten ze heel vaak samen. Dit was Mop logica en uit jaloerse nijd besloot ze niet alleen het voicemailberichtje te wissen maar ook de telefoon stiekem uit te zetten.
Die dag waren er twee vrouwen boos. De een met goede reden en de ander uit dwaasheid.
'Had je trouwens niet even kunnen terugbellen ?', zei Tory die avond gepikeerd tegen D terwijl ze de dinerborden aan het afspoelen was.
'Terugbellen ?'
'Ja, denk je soms dat ik me niet ongerust maak !', riep ze met gedempte boosheid.
D stond op om de mobiel uit z'n koffer te pakken. 'Merkwaardig ', mompelde ie peinzend.
'Wat is merkwaardig ?'
'Hij stond uit, Tory. Ik zet 'm net aan om te kijken of er berichten zijn.'
'Nou toen ik je voicemail vanmiddag insprak was ie nog gewoon aan, hoor.'
'Begrijp het ook niet maar je hebt gelijk...het spijt me.'
0 notes
Text

ABSURD. Een korte film van 35 minuten, voornamelijk gedraaid in de Bijlmerbajes, toen in 1978 nog in aanbouw. De producent Arti Koot van Connexxion Films wilde me als opnameleider en dat bleek een goede beslissing: geen productieleider meer binnen de muren van een productiekantoor, maar op de set, naast de regisseur, in dit geval Zaev Nirnberg. Dat beviel me uitstekend, en Arti ook. Nog jarenlang werd ik door Connexxion Films geboekt voor tientallen commercials in binnen- en buitenland met Hans van Rijs als vaste regisseur.


Tijdens deze draaiperiode overleed mijn vader in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis op een zonnige zondagmiddag. Een poosje geleden had ik hem voor het eerst naar het ziekenhuis gebracht: het personeel in de slagerij zag mijn vader onder het werk onverwachts in elkaar zakken en in zijn broek plassen, en waarschuwde mij boven de slagerij. De diagnose was acute slokdarmkanker.
Ik was juist die zondagmiddag voor de deur in de Kinkerstraat onze samen met Sally en Rick pas gekochte tweedehands Peugeot 404 Familiale aan het inzepen, toen een telefoontje van mijn moeder uit het ziekenhuis duidelijk maakte dat mijn vader op sterven lag. Ze kon verder niemand van haar acht kinderen bereiken met dat mooie weer. Kom asjeblieft. Vlug!

Ik scheurde de Kinkerstraat uit en zag in mijn achteruitkijkspiegels wolken van zeepsopvlokken door de straat vliegen. Mijn vader zag andere wolken. Op zijn rug gelegen in het ziekenhuisbed dwaalde zijn blik voortdurend door de ramen af naar de voorbijglijdende wolkenmassa's, het maakte hem merkbaar rustig, hij prevelde kleine zinnetjes en woordjes, en dan nog weer wat gestamel; de apparatuur rond zijn bed pruttelde en piepte. Plotseling, precies als een duveltje uit een doosje, veerde mijn vader overeind en proestte uit zijn volgelopen longen een regen van bloeddruppeltjes over mij heen aan het voeteneinde waar ik stond, waarna hij weer achterover klapte. De aanwezige verpleger met een rode baard, waar de zon doorheen filterde, bevestigde ons vermoeden: mijn vader was dood. Een innerlijke slagaderlijke bloeding. Na het afleggen en het nodige papierwerk griste ik mijn vaders blauwe wegwerpaansteker van het bedtafeltje als aandenken en bracht mijn moeder naar huis.
Die aansteker heb ik 10 jaar lang levend weten te houden en ik heb dat ding nog steeds. Nog geen kinhaargroei op deze pasfoto's.


Onze vader werd begraven op Sint-Barbara, het sympathieke kerkhof naast het Brediusbad. Ik moest grinniken toen ik zag dat mijn vaders buurman Theo Spook was zoals op diens grafsteen stond te lezen. Voor het graf stak ik een bolknak aan, mijn vaders favoriet: een Willem II, maakte met mijn duim een gaatje in de aarde en stak daar de walmende sigaar in.
We waren onze vader kwijt. Voor de drie jongsten, Joep,Pieter en Marieke betekende dat, dat zij wettelijk als minderjarigen een voogd moesten hebben. Het klonk mij als een aangenaam soort van verantwoordelijkheid in de oren. Met ieders toestemming werd ik hun voogd.




2 notes
·
View notes
Text
De pen die niet schreef
Op een vroege zondagavond stond de duivel weer aan mijn deur. Net gekleed, met een vriendelijke grijns op zijn gezicht. Hij begroette me met mijn naam en vroeg me hoe het met me ging. Ik liet hem binnen. Uit beleefdheid deed hij zijn vuile schoenen uit - die hingen vol met zwarte pek - en ik nam zijn paraplu aan. Ik vroeg of hij iets wou drinken. Ik had nog een paar duveltjes in de koelkast, maar hij had liever een trappist.
Hij had me overvallen en er lag nog wat rommel in de woonkamer, maar de duivel was rommel gewend en hij klaagde niet terwijl ik snel de tafel afruimde. Hij nam zelfs wat vuile borden mee naar de keuken. Ondertussen begon hij te vertellen. Over het stormweer van de voorbije dagen, over mijn broer die hij in het krantenwinkeltje was tegengekomen en over de pompoensoep die hij gemaakt had.
We zetten ons neer aan tafel en allebei dronken we er eentje. Ik toonde hem vakantie foto’s en vertelde hem over mijn reis in Canada. En de duivel vertelde natuurlijk ook zijn eigen verhalen. Hij was een ingenieuze verhalenverteller, zoals niemand anders. Als de duivel sprak dan hing iedereen aan zijn lippen, dan wou iedereen blijven luisteren en dan twijfelde niemand aan wat hij zei. Ik ook niet. Toen het buiten donker begon te worden, vertelde hij zijn laatste verhaal. Zoals gewoonlijk had hij een geschenk voor mij. Dat was haast een vereiste voor de duivel. Hij nam een simpele houten pen tevoorschijn en toonde het me.
“Pennen schrijven woorden.” Vertelde hij. “Maar deze pen niet. Deze pen neemt woorden - steelt ze van het blad en geeft ze nooit meer terug.”
“Als je iets voor altijd wilt herinneren, schrijf het dan maar met een gewone balpen. Maar als je ooit eens iets wilt vergeten, schrijf het dan met dit.”
“Schrijf een geheim op en niemand zal het ooit te weten komen. Ook jij niet.”
“Schrijf de taken die je nog moet doen, en je hoeft ze niet meer te doen.”
“Schrijf over wat je knelt, en je zal de pijn niet meer voelen.”
“Schrijf de naam van die oude geliefde die je nooit meer wilt zien, en je zal haar nooit meer zien.”
“Schrijf jouw naam, en je bent weg.”
Hij gaf me de pen.
“Draag er zorg voor en wees voorzichtig.” Zei de duivel met een geniepige knipoog.
Ik nam het aan, verwonderd door het mooie geschenk. “Dank je! Dat zal ik doen.”
“Ik heb niets voor jou.” Zei ik. “Als ik geweten had dat je langs kwam had ik –“
“Ach geen probleem.” Zei de duivel. “Een goed pintje is voor mij meer dan genoeg.”
We praatten nog een tijdje. Dan moest hij maar eens door. Ik liet hem buiten. Daar ging hij dan, met zijn vuile botten en zijn paraplu. Geen jas. Ik vroeg hem nog of hij het niet koud zou hebben maar hij zei dat hij het wel aan kon. Hij wandelde de oprit af en dan de hoek om. Gezellig was dat. Toen ik eerst zo dicht bij het zwarte bos kwam wonen, vond ik het maar vreemd hoe hij altijd binnensprong. Maar nu vind ik het alleen maar aangenaam.
De pen stak ik keurig in een kartonnen doosje. Ik opende de onderste schuif van mijn boekenkast en legde het daar, bij al zijn andere geschenken: De pot die zich binnenstebuiten keerde. De handspiegel waarin ik altijd mijn achterhoofd zag. De dobbelsteen die soms een zeven rolde. Het parfum waarmee ik de liefde van mijn leven kon aantrekken. De bel die klonk wanneer iemand loog. De fluisterende cactus die geen water of zonlicht nodig had. De spons die alles vuiler maakte. De viool die schreeuwde. En nog wat.
Sommige dingen lagen er al jaren. Ik volgde natuurlijk altijd goed de duivel’s raad op. Ik deed de schuif weer dicht.
7 notes
·
View notes
Photo
It has to be this way
De linksige game-commentator Jacob Geller heeft een video gemaakt waarin hij Metal Gear Revengeance behandelt. Dit is voor mij bijzonder omdat ik een speciale band heb met dit spel op filosofische gronden. Metal Gear Revengeance heb ik namelijk al gespeeld – en uitgespeeld – in het verschijningsjaar (2013). In mijn interview met Boris van de Ven bij Gamekings (mei 2019), bespraken we het zelfs als meest epische eindbaasgevecht van de tien meest epische eindbaasgevechten ooit. In een interview eerder dit jaar noemde ik dit spel, waarin je speelt als Raiden, een geheim agent die opgroeide als kindsoldaat en als cyborg ninja is herboren. Het spel is politiek relevant, alleen al omdat hierin de slagzin “Make America Great Again!” in een politieke zin wordt gebruikt al jaren voordat Donald Trump de slogan oppikte en gebruikte in zijn presidentscampagnes.
Veel videospellen speel je uit en daarna denk je er niet meer aan terug. Weer andere games ontploffen als een atoombom en zetten een paddenstoelenwolk op het spellenlandschap, waaruit invloeden doorsijpelen naar andere spellen. Het is zeldzaam wanneer de aanvankelijke vluchtige indruk van een spel zijn belangrijke lange-termijn invloed overschaduwt. Dit is precies wat er met Metal Gear Revengeance is gebeurd.
De Metal Gear franchise is een langlopende spellenserie in het genre van spionage en infiltratie. Revengeance breekt op een belangrijk punt met alle voorgangers: het is namelijk volledig op ‘hack and slash’ actie gericht – sluipen is irrelevant. Hierom wordt het gezien als een koekoekjong binnen de serie. Wél is eigen aan de Metal Gear serie dat er altijd punten worden gemaakt over waar de wereld heen gaat, op het vlak van informatie, communicatie en datatechnologie. Wat betekent deze overvloed aan informatie voor de authenticiteit van het menselijk bestaan? Precies op dit vlak brengt Metal Gear Revengeance een baanbrekende dialoog.
Het verhaal benadrukt consequent hoe “memes de DNA van de ziel zijn”. Het is in die zin niet verrassend dat het spel in het bewustzijn van gamers heeft weten te overleven, juist door zijn iconische memes. Geller legt uit dat het spel vastzat in ‘development hell’ – de makers wisten niet meer welke kant het spel op moest. Toen droegen ze het over aan Platinum Games die er met een frisse kijk mee aan de slag ging. Maar Platinum Games maakt keiharde en super directe actiespellen, terwijl de studio achter Metal Gear juist thuis is in het spionage genre: daar hangt alles af van stealth en subtiliteit. Ook is er veel aandacht voor het vertellen van complexe verhalen met een politieke pointe. Geller concludeert hieruit dat ook de politieke invalshoek in de turbostand is gezet.
Toen ik het woord ‘meme’ noemde, verwees ik niet naar grappige plaatjes op het internet, maar naar memes als een filosofisch concept zoals bijvoorbeeld de evolutiebioloog Richard Dawkins gebruikt. Dit concept behelst dat niet alleen genetische informatie wordt gereproduceerd en naar de toekomst wordt overgedragen, maar óók idealen en cultureel bepaalde begrippen. De Metal Gear franchise reflecteert voortdurend op het (transhumanistische) idee dat de biologische reproductie van mensen aan belang en betekenis verliest in het digitale tijdperk: de digitale infrastructuur om informatie te baren en te verzenden, is steeds meer bepalend en welbeschouwd alomvattend.
Dit laatste is noodzakelijke kennis om te kunnen bevatten hoe Metal Gear Revengeance tot een episch hoogtepunt komt: het eindbaasgevecht met het fictieve personage Senator Armstrong. Dit is een libertarisch-anarchistische politicus die pas op het allerlaatste moment als een duveltje uit een doosje ten tonele verschijnt en onmiddellijk alles overschaduwt wat ooit in de serie te berde is gebracht.
Het is namelijk Armstrongs doel om het militair-industriële complex van conservatief Amerika te gebruiken om daarmee een wedergeboorte van de menselijke authenticiteit mogelijk te maken. Hierom ontketent hij vanuit Pakistan een nieuwe wereldoorlog en Raiden – het hoofdpersonage belichaamd en aangestuurd door de speler – wil hem stoppen.
“The memic density of this fight is unprecedented”, aldus Geller. Doch voordat dit laatste eindbaasgevecht daadwerkelijk begint, wisselen Raiden en Armstrong ethische en politiek-filosofische argumenten uit. Daarin tracht Armstrong om Raiden – en dus eigenlijk de speler – welgemeend te overtuigen en zijn kant van de zaak te doen inzien. De politicus stelt dat de menselijke soort nooit meer zal losbreken uit de beknellende digitale infrastructuur die nu alles in zijn greep heeft. Er is een wereld ontstaan waarin alles draait om passief consumeren, oppervlakkige onzin over beroemdheden en bloedeloze juridische constructen die op de plaats komen van oprechte bezieling en authentieke menselijke passies. Armstrong zegt het zo:
“Ik heb een droom, dat op een dag iedereen zijn eigen lot in handen heeft. Waar macht en gerechtigheid weer in de handen van het volk zélf zijn, zoals het hoort. In mijn Amerika zijn de mensen vrij om te vechten voor waar ze zelf oprecht in geloven. Niet voor geld of olie – elke man, vrouw en kind zal vrij zijn om eigen oorlogen te voeren!”
Die vrijheid kan alleen maar herkregen worden met de prijs van vernietiging op een epische schaal. Raiden wordt hier in een moreel-ethische zin voor het blok gezet. Stel dat we zouden proberen om stapsgewijs hervormingen door te voeren om mensen weer meer vrij te maken – zoals voorafgaande aan de digitalisering van het leven – dan zou dit sowieso niet lukken. Dit is omdat door de aard van digitale communicatie de werkelijkheid sneller radicaliseert, polariseert en verabsoluteert dan enige intellectuele discussie ooit impact kan maken. Stel dat Raiden de wereld op de hoogte stelt van het complot in Pakistan, dat de aanleiding van de nieuwe oorlog die Armstrong wil ontketenen op een hoax berust, dan blijven de gevolgen hetzelfde. Armstrong wijst erop dat er te veel belangen op het spel staan – geld, olie, wapens, stemmen – daarbij is de druk van de massa instantaan en niet bestendigd tegen collectieve verontwaardiging en verleiding.
Raiden antwoordt dat je de zwakken niet mag vertrappen voor een hoger doel. Armstrong stelt dat Raidens eigen leven het tegenbewijs biedt: als kansarme kindsoldaat klom hij omhoog door zijn eigen lot in handen te nemen en zijn eigen pad te banen. En bovendien is Raiden hypocriet: hoeveel soldaten die hem in de weg stonden heeft hij niet gedood om het spel te kunnen uitspelen? Al die mensen waren ook maar in dienst om hun gezin te eten te geven. Ten diepste is Raiden dus net als hij, meent de senator. Ze kijken allebei niet op een leven meer of minder om hun eigen doelen te bereiken. Waar wordt gehakt vallen nu eenmaal spaanders.
Dit is een epische uitwisseling van gedachten waarin géén van beiden de ander definitief kan overtuigen. Dit doet sterk denken aan de dialoog tussen Kallikles en Socrates, opgeschreven door Plato, die óók gaat over de absolute politieke macht versus de absolute zelfbeschikking van het individu. Ook Kallikles en Socrates kwamen er niet uit – tussen Raiden en Armstrong draait het uit op een handgemeen, wat de onvermijdelijke logica is van een actiespel. Het is hier dat de genialiteit duidelijk wordt van de songtekst tijdens het gevecht: “Who is to judge right from wrong… Maybe we are both the same… But in the end it has to be this way.”
Oftewel – zoals een citaat van de filosoof Hegel stelt dat ik aanhaal in Avondland en Identiteit (2015): dieWeltgeschichte ist das Weltgericht. Of je gelijk of ongelijk hebt in een morele zin, doet er uiteindelijk weinig toe. Als je wint, dan worden jouw idealen – jouw memes – op de toekomst overgezet. Zo zul je dus het morele kader mede bepalen waaruit later op jouw acties wordt teruggeblikt.
Ook gebeurt het dat jij en de tegenpartij totaal onverenigbare doelstellingen nastreven. Er is dan gewoon geen andere optie dan dat één van beiden het veld ruimt, als een natuurlijk proces binnen de evolutie. Dat wil niet zeggen dat je de ander in een morele zin verwenst – het betekent alléén dat de ruimte en de middelen van de wereld te beperkt zijn om beide zielen, beide richtingen van denken en werken, te kunnen huisvesten. Precies zoals twee cowboys in een Western uiteindelijk een dodelijk duel moeten doen, met allebei oprechte motivaties en achtergronden die hun beweegredenen invoelbaar maken. Zo komen we tot de conclusie: it has to be this way.
Geller raakt slechts vagelijk aan deze conclusie. In de wereld die nu voor ons ligt, zo laat hij doorschemeren, bestaat de waarheid nog steeds, maar de waarheid verdrinkt in overvloedig veel triviale informatie. Uiteindelijk zullen AI’s zichzelf emanciperen om de relevante van de irrelevante informatie te scheiden – zo wordt de toekomst van de reproductie van menselijk cultuurgoed niet meer door mensen gestuurd maar door intelligente machines. Willen we het anders, dan zullen we het pad van Senator Armstrong moeten bewandelen, maar dat gaat Gellers tere ziel te ver.
Hij maakt helaas zélf een politiek propagandastuk van zijn bespreking van het spel, door te stellen dat achter het masker van de senator een wreedheid schuilgaat die arme Amerikanen van hun uitkeringen wil beroven; een verlangen naar “primordiale wreedheid”. Zijn eigen linkse insulatie – zijn linkse Bildung, linkse memes – verhindert Geller om te zien waar dit baasgevecht eigenlijk om draait. Namelijk om een Nietzscheaanse scheppingslust die alle filters van de politieke correctheid doorkruist. Het gaat Armstrong erom dat de overtuiging waarvoor je vecht, iets oprechts moet zijn, iets doorvoelds. Een ideaal waarvoor je bereid bent te strijden en letterlijk je leven op te geven, is iets existentieel serieus en drukt iets uit over de essentie van het mens zijn. Maar oorlog is nu volkomen onoprecht geworden: het gaat niet om principes of idealen, maar om geldelijk profijt. Oorlog is nu gewoon deel van het kapitalisme en van de politieke bureaucratie: business as usual.
Geller begrijpt deze confrontatie verkeerd want in de kern gaat het dus niet om dit of om dat politieke stelsel – Armstrongs missie en visie behelzen in essentie een scheppende impuls. Ook miskent Gellers interpretatie het einde van het spel. Op zijn doodsbed zegt de senator namelijk dat hij en Raiden alsnog verwante zielen zijn, en de laatste cutscene suggereert dat Raiden iets van de ideologie van zijn vijand in zich heeft opgezogen. The memes live on.
#jacob geller#metal gear revengeance#boris van de ven#sid lukkassen#gamekings#raiden#donald trump#spionage#infiltratie#platinum games#richard dawkins#politiek#filosofie#metal gear
0 notes
Text
ABSTRACTE GEDACHTEN VISUEEL GEMAAKT IN FIGURATIEVE BEELDTAAL


Rafelig. Oud. Versleten. Stuk gelezen. Kapot gebladerd. Maar in en door de handen van Annelies Alewijnse krijgen oude zaken een nieuwe betekenis. Details uit gedrukte teksten nemen een andere waarde aan. Door woorden te wisselen of in te voegen ontstaan nieuwe zinnen met gewijzigde regels. Alewijnse maakt puntdichten, krachtige gedachten die uiting hebben in voorgedrukte letters. “Gedompeld in een zee van niet weten is de volgorde zoekgeraakt, is mijn verhaal open” is de titel van haar boekje – niet groter dan 16 x 16 cm. – uitgegeven door Philip Elchers. Visuele poëzie, dankzij de thematiek bijzonder actueel.
Zelf zegt Annelies daarover: “Beelden, beeldgedichten, openbaringen, waar je 0misschien aan hebt in deze tijden van voegen, zoeken, tegenkomen, verwerken… en doorgaan. (…) En ik hoop dat ik vooral openingen bied, ruimte om te stromen.”

Meestal sluit Alewijnse haar beeldgedichten op in zelf gebonden boekjes als unieke kunstwerken. Nu is er een facsimile, zo'n uniek boekje dat is verveelvoudigd zodat een ieder in principe een werk van haar in handen kan hebben. Nadeel is wel dat de rafels en ezelsoren niet gevoeld kunnen worden. De beduimelde bladzijden zijn zichtbaar maar niet tastbaar. De plakrandjes van uitgeknipte zinsdelen kan ik niet bevingeren. Het heeft niet die extra ruimtelijke dimensie. Maar het is wel een bijzonder boekje. Het geeft duidelijk beeld aan de manier van werken van Alewijnse. In dit geval ontstaan tijdens het opgesloten zijn, de opgelegde afzondering, de quarantaine in lockdown. Een vreemde wereld waarop de kunstenaar reageert in woord en beeld. Het verplichte binnen blijven geeft inspiratie tot een ander uiten. Opgesloten is de geest uit de fles. Als een duveltje in een doosje staat de kunst ineens in het middelpunt van de belangstelling. Want wat blijft er over wanneer niets meer mag.
Het leven van Annelies Alewijnse bestaat daaruit dat ze vele losse eindjes weer samenknoopt om het grote geheel te vinden. Haar tafel in de werkkamer ligt bezaaid met kapot geknipte drukwerken en losse knipsels. Vooral van zinnen uit boeken, koppen van kranten. Wat ze hoort en meemaakt, ziet en voelt, zoekt en voegt ze om te verwerken. Een verhaal wordt tot op het woord helemaal uitgeplozen om het meest karakteristieke tot uiting te brengen in samengestelde regels. Met een andere betekenis dan voorheen bedoeld is. Haar korte zinnen zetten poëtische gevoelens neer. Krachtige puntdichten geven abstracte gedachten weer. En deze zijn in het boekje verluchtigd met collages. Verknipte illustraties van foto's uit weekkrant en maandblad. De uitgave geeft op klein formaat een groot inzicht in de beleving van Alewijnse tijdens deze kadering door het virus.

Door abstracte gedachten visueel te maken in figuratieve beeldtaal. Uit de vele knipsels is een krachtige taal te plakken, gedichten in collage. De woorden tot zinnen blijven evenwel abstract in verschijningsvorm. “je vingers onderzoeken mijn traagste adem die al die tijd op de bodem heeft gelegen”. Het is niet zozeer een regel tot verhaal, als wel het woordbeeld met illustratie dat dit boek tot kunstwerk maakt.
De reproducties in het boek doen de werkelijkheid nauwelijks eer aan. De kunst van Alewijnse moet gevoeld worden. De rafelranden betast ik met de vingertoppen, ik voel het linnen van een kaft en de randen van de ingeplakte beeldfragmenten. De boeken van Alewijnse zijn uniek, door het handwerk is er een oplage van één exemplaar. In deze uitgave is het werk plat en glad. Kan ik enkel zien, de ogen de kost geven. Maar niet voelen, de vingers over de geplakte onderdelen laten glijden.

Alewijnse heeft in haar boekje leemtes gelaten, intervallen in de woordbeelden, zodat ik rust kan vinden tussen samengestelde zinnen. De typografie is in deze meer belangrijk dan het tastbare effect. De zinnetjes zijn abstract, sluiten niet meteen aan op mijn gedachten. “Hoe? wachten dampen slapen 4 ONS eigengemaakt geheim 9:14 het mensenhart, dat losgelaten prachtexemplaar” Ik haal adem, leg mijn ogen te ruste op de afbeelding ernaast. De zinnen verdienen het nog eens gelezen te worden en overnieuw weer op te slaan en opnieuw te laten doordringen. Zoals ieder abstract kunstwerk meer tijd nodig heeft om zichzelf duidelijk te maken. Om aan te spreken. Je moet zien om te begrijpen. “Wachten waar de luchtbubbels van de bloemen in zee klonken. In grote groepen stuiven ze voorbij om ineens stil te vallen. daarop klein een beweging in warmer water.”
Gedompeld in een zee van niet weten is de volgorde zoekgeraakt, is mijn verhaal open. Beeldgedichten van Annelies Alewijnse. Uitgeverij Philip Elchers, Groningen 2020.
0 notes
Photo

Mijn 2017
Het jaar 2017 was het jaar van vele bloedige aanslagen te beginnen met de aanslag op 1 januari in Club Reina in Istanbul, het jaar van de inauguratie van president Donald Trump van de Verenigde Staten, het jaar van het nog steeds niet doorslikken van die Trump drol door de mainstream media stoute stoute stoute Donald, het jaar van het kampioenschap van Feyenoord en de verloren Europa League finale van Ajax, het jaar van het schrappen van de registratie van geslacht in het paspoort M/V, het jaar van het contract van de IQ loze Ismail Ilgun bij het AD en het jaar van het beëindigen van datzelfde contract hoe kan dat nou, het jaar van het ontstaan van Rutte III schijndemocratie in optima forma, het jaar waarin prins Bernhard jr. what’s in a name ontmaskerd wordt als ordinaire huisjesmelker, het jaar van nog meer Linda de Mol met die verschrikkelijke lach, het jaar van het filmpje van Pat ries mond open en niet zeiken en het jaar van Ron en Penny bij De Rijdende Rechter (foto)
Het jaar 2017 was het jaar van de regenboog aanvoerdersbanden in het betaalde voetbal en bij het hockey moeimakers, het jaar van de rellen rond de plaatsing voor het WK van het Marokkaanse elftal, het jaar van eeuwig dezelfde tronies op de rode loper bij premières mag ik een teiltje, het jaar van de meet-ups met Jesse Klaver, het jaar van nog meer Chantal Janzen, het jaar van de constant toenemende multiculturele ellende, het jaar van het Shell en Unilever akkoord fuck de bevolking, het jaar van het uitsluiten van de PVV, het jaar van de uitschakeling van het Nederlands elftal voor het WK, het jaar van Döner, Kebab en Couscous van DENK stampvoeten, boos zijn, miskend voelen en huilie huilie, het jaar van nog meer Wendy van Dijk, het jaar van de geweldige columns van Arthur van Amerongen, het jaar van het monddood maken van journalisten die man en paard durven te noemen en het jaar dat gezondheid het grootste goed blijft.
Het jaar 2017 was het jaar van de opkomst van het Forum voor Democratie, het jaar van het einde aan het plassen op een heren of damestoilet nog zieker, het jaar van de grootste nederlaag van “ome” Nico Meijering hoogmoed komt voor de val, het jaar dat vieze flikkers en homo’s roepen en ze daarna in elkaar trappen niet meer valt onder anti-homo geweld schandalige rechtelijke dwaling, het jaar van Jelle Brandt Corstius, het jaar van het begin van einde van Humberto Tan bij RTL Late Night niets is echt aan die man, het jaar van nog meer waardeloze programma’s bij SBS, het jaar van de top tv serie Het geheime dagboek van Hendrik Groen geweldig, het jaar dat ik afscheid van een aantal mensen op facebook heb genomen geen kracht meer voor, het jaar dat ik wederom genoten heb van een heerlijke vakantie in Içmeler in Turkije, de witte onderbroek van Francisco van Jole smeerpijp en het jaar van de aangifte van Geert Wilders tegen Mark Rutte.
Het jaar 2017 was het jaar van nog meer waardeloze musicals het houdt maar niet op, het jaar van de bekendmaking van het einde van Utopia hoera hoera hoera, het jaar van de vrije val van politica Sylvana Simons proest, het jaar van de GIRO overwinning van Tom Dumoulin wat een klasbak, het jaar waarin Michel van Egmond voor de 3e keer de NS Publieksprijs wint en literair Nederland er niets meer van begrijpt, het jaar waarin het gelijk van het boek Brussel : Eurabia wederom wordt bewezen, het jaar van het veel te vroeg overlijden van de Amsterdamse burgemeester Eberhard vd Laan, het jaar van nog meer Peter R. de Vries ik neuk jij neukt wij neuken, het jaar waarin Oost Europese leiders laten zien hoe je voor je eigen bevolking opkomt, het jaar dat ik een steeds grotere hekel ga krijgen aan Peter vd Vorst wat een enge nicht is dat toch en het jaar waarin Frans Timmermans weer dikker is geworden.
Het jaar 2017 is het jaar dat Onno Hoes via een “gluip’‘route gewoon weer burgemeester wordt pijpbekkie gezocht, het jaar van de voor mij verrassende vrijspraak van piloot Julio Poch, het jaar van een optreden van Lil’ Kleine in Koninklijk Theater Carré staat gelijk aan een wedstrijd van 2 café elftallen op het heilige gras van Wemley, het jaar dat ik stug ben doorgegaan met trainen, het jaar van Job Gosschalk ouwe rukker, het jaar van nog meer RTL Boulevard geestdodende tv, het jaar van het hoofd van Maurice Wijnen klopt niets van, het jaar van deugen tot op het bot, het jaar van de helden van Dokkum, het jaar van het flesje van Slobodan Praljak, het jaar dat de tekst ’'Dames en Heren” in de ban gaat fuck de politieke correctheid, het jaar van de Europese titel voor de Oranje voetbaldames en tot slot het jaar van de gekwetste zieltjes #metoo #zwartepietisracisme #ikwileengleufinplaatsvaneenstaa
Op nummer 1 in de #metoo affaire staat bij mij Jelle Brandt Corstius. Zijn verhaal begon met een artikel op de voorpagina van dagblad Trouw. Jelle maakte van #metoo zijn eigen #ikook. Het kwam erop neer dat hij begin deze eeuw als stagiaire bij het programma Barend & van Dorp was misbruikt. In gedachten zag ik Jelle al vastgeketend op een bed liggen met Henk en Frits in hun leren SM outfit, maar het bleek toch minder spannend in elkaar te zitten. Jelle was na een dag hard werken verleid door de chef pinda’s en pepsels, Gijs van Dam. Een totale nobody. Waar de rest van zgn bekend Nederland nog melding kon maken van misbruik door mensen met enige status eindigde Jelle met de genotsstaaf van Gijs Duyvis als er een fuif is van Dam in zijn mond. Jelle kon zijn verhaal niet hard maken Gijs wel, maar als een duveltje uit een doosje toverde zijn raadsman ineens enkele getuigen uit zijn hoge hoed hocus pocus pilates pas.
Dan waren er ook een aantal gevallen van mannen die de publiciteit zochten na een auditie. Nog zo'n verhaal waar ik met mijn boerenverstand niet bij kan. Je gaat auditie doen en de casting-directeur vraagt of je je uit wilt kleden. Daarna of je je af wilt trekken. Geen probleem toch. Nu komt het : je doet het. Je bent zo gefocust om door te breken als de nieuwe Arnie dat je jezelf verlaagt tot het geven van een peepshow. Koekoek. Tot slot zat er afgelopen week een actrice bij Pauw te jammeren dat ze op 21 jarige leeftijd was misbruikt door haar en nu komt het 26 jarige theaterdocent. Ze hakkelde en stotterde en raakte steeds meer verstrikt in haar eigen onzin. Het was niets meer dan een korte seksuele affaire tussen 2 volwassen mensen waarvan er één andere verwachtingen had dan de ander. De één verliefd en de ander geil. Volgens mij is dit iets van alle tijden en van alle rangen en standen. Wat een wereld.
EINDE
1 note
·
View note
Text
Sirius
Ons jongste poezenbeest is niet lekker. Vanochtend wilde ze niet naar buiten, ze bleef op haar stoel liggen. Beetje vreemd. Ik ging bloemen halen voor grote zus die thuis komt van vakantie en bloemen naar ons pa brengen. Meteen oog druppelen. In de tussentijd een appje van mijn lief. Sirius is niet lekker. Wat te doen. Dierenarts bellen en ik ben maar kort bij ons pa geweest. Om half twaalf konden we terecht.
Nu is ze nog daar. Ze ademt zwaar en de dierenarts kon haar longen heel goed horen werken. Benauwd. Ze moest blijven voor een röntgenfoto. Wij wachten thuis op het telefoontje dat we weer mogen komen. Mijn lief loopt rusteloos rond en ik ben een het typen en strijken, om en om. Ik maak me zorgen om dat kleine, vreemd in elkaar zittende poesje. Mijn lief vond haar op Marktplaats en ze was de laatste uit het nest. Een heel klein katje, toen al een vreemd model. Ze loopt hoger op haar achterpoten bijvoorbeeld. Ze kan heel slecht haarballen ophoesten. Als ze zich te druk maakt moet ze al kokhalzen. De kat die altijd bij je op schoot wil liggen, al deed ze dat de laatste tijd niet meer. Te druk met buiten spelen en eenmaal binnen een rustig plekje opzoeken. Dat ze vandaag in ene weer bij mijn lief op schoot ging liggen was op zijn minst opvallend te noemen.
We wachten. Ik maak me zorgen om die kleine poes. Dat duveltje uit een doosje. Na het huisdierenleed van de afgelopen tijd is het vertrouwen ver zoek. Ik hoop dat het dat is wat mijn gevoel kleurt. Ik heb er geen goed gevoel over nu. We wachten. Niet rustig maar af.
2 notes
·
View notes
Video
youtube
“cant wait to see the Auschwitz POW version“, is gereaguurd door ene Erik Candia, bovenaan de commentaar-lijst die mij momenteel zichtbaar is (met 306 likes). Ik denk dan meteen: nu nog een pedo-game. Oooohhh!!!!
Goed, ik ken de intenties niet van de maker van de game, Simon Egenfeldt-Nielsen, een spelontwerper en sociaal-wetenschappelijk onderzoeker. Maar de media-commotie is komisch. Tragie-komisch, maar komisch.
Een omgekeerde politiek-correcte apathie, doorgeschoten en onmiddellijk: help! Eng! Doet me erg denken aan de reacties van de doorsnee Nederlander op de VN-berispingen t.o.v. ons lieve Zwarte-Piet-”ventje”. (Dat ons politieke bestuurshoofd zich neutraal opstelt is begrijpelijk gezien de invalshoek van ons politieke systeem t.o.v. multiculturalisme, maar hij heeft zijn ware kleuren al minimaal twee keer getoond, in de vorm van de stelling dat verandering niet zo nodig is en in de vorm van de kleinering en daarmee bagetallisering van de waarde van het culturele fenomeen. Hij weigert de staat als bemiddelaar en smeermiddel van de samenleving te laten zijn, maar hij kan zijn ergernis niet verstoppen - hij blijkt kortom aan de ene kant te staan.)
Nee goed, nogmaals, de intentie van de spelmaker is mij onbekend en de presentatie ervan is nijpend voor de uiteindelijke contextualisering.
Enfin. Het licht buiten ons en in ons.Het donker buiten ons en in ons. Het donker afkeuren is hulpeloos en vruchteloos. Bijvoorbeeld het donkerte in de vorm van sporen van het kolonialisme. De Correspondent heeft eigenhandig in de afgelopen 2 jaar niet-verborgen documentatie opgevist die verdwenen was in de vergetelheid van desinteresse. Indonesië is een nu een coherent land ofzo, ver weg, geen idee. Geen donkerte in dit geval hoor. Het laatste wat we vernamen van onze Indonesische vrienden die ‘daar’ niet langer welkom zijn, de Molukkers, is dat ze eens met van die ‘andere’ minderheden, die minstens zo onbeminde onbekende en vervelende Marokkanen, conflictjes hadden. En dat de Molukkers ook al problemen gaven decennia geleden, toen ze zelfs zo fout waren dat ze een trein kaapten. Sindsdien moeten we al helemaal niets meer van ze weten. Doen we ook niet. Gedaan. Dat was fout. En nu koppen dicht a.u.b. Klaar is kees.
Volheid van erkenning, omarming, noem het dier bij een of andere naam. Hoe kun je groeien als je je nariteiten niet benoemt en bij je draagt, om ervan te leren? Waarom alleen datgene eren waar jijzelf een slachtoffer was, en niet belichten waar de dader? Als een tweede wereldlijke oorlog een hashtag never forget kan hebben, om stil te staan bij een monsterlijke Ander en dezelfde fouten niet te maken, waarom niet ook duiden welke fouten zelf werden gemaakt? En te onderzoeken wat fout is en wanneer en waarom en vanuit wie bezien? Waarom moet er altijd 1 simpele duidelijke kant zijn om aan te staan, om bij aan te sluiten - een partij, een club met een mascotte?
Als er één mascotte in Nederland is van een pilaar van onze welvaartstaat, dan is het Radio Kootwijk (of Zwarte Piet, natuurlijk). Sporen hoeven niet alleen trots te vernietigen. Trots hoeft niet alleen uit uitgewist herbeginningen te komen als teleologiën-spruiten. Sporen liggen er niet alleen om te verstillen en in te balsemen. Maar dat er een spoor van art deco bravoure in ons natuurparkje ligt, staat buiten kijf. Ik ging op vakantie naar Nederland met mijn familie. Het was een gure dag en wij liepen er rond in leegte. De enige informatievertrekking over de rol van deze locatie, was een bordje, een plakaat in een vervallen bushalte. Een samenvatting van feitjes en prenten. Verder geen vragen, of navragen, of uitweidingen. Niemand vraagt iets in de weide. De heide is er voor de onvolledige uitwissing. Er liggen nog wat gum-restanten. Maar dit was toch echt het summum van een machtsvertoon, een rijk, een duiding van kracht en bloed aan handen. Dat ligt nu aan banden, ook in onze volksgeest. We denken niet aan de tandwielen van gekraakte mensenlevens die onze economie aandreven. Niet aan de tandenloze plaatjes in onze middelbare schoolboeken. Niet aan de rechtstreekse vooruitgangslol die onze voorouders hadden in het besturen van opgedeelde veroverde gebieden, en het onttrekken van waren, waarden, kostbaarheden. Kannonneerdiplomatie.
Prima. Je moet niet zeuren, niet mierenneuken en altijd maar terugkijken. Hoe kun je anders voortgaan? De Romeinen waren ook nare tirannen, maar we herinneren de stripboeken en het gezegde en de grootsheid als deel van onze supercoole witheid. Verder is het vooral nogal lang geleden. Je kunt moeilijk alles als een blok aan je been slepen. Als een ketting. Zoals onze voorouders anderen voor ons lieten doen. Of zou het toch gezond zijn op gezette tijden, tijdens gebeden, rituelen, tijdens herdenkingen, tijdens omgang met anderen in ons samenleven wiens levensgeschiedenissen met onze verledens verbonden zijn, hier en daar wat besef en aandacht bij ons te dragen. Om onszelf ook mee te sterken. Om te kunnen stellen dat we ook werkelijk ergens geleerd van hebben? En menselijke neigingen te duiden. En ze niet in malle afkeer te ontkennen, maar ze te ontstijgen? Ruimte te hebben samen vooruit te kunnen kijken, elkanders perceptie toe te laten?
Culturele hoge omen, of hotemetoten, die ons culturele discours schaven, de randen ervan, de kaders dragen, lachen zichzelf ook wel dikwijls in valstrikken, vastgezogen in klei van misvatting. Hoor ze gniffelen wanneer ze de vluchtelingenkwestie politiek correct behandelen, mededogen predikken maar verbondenheid, vervlochtenheid, pathetisch met schuld verwarren. Het Nazi-trauma benoemen in een Duits opvangbeleid, maar volstrekt uitsluiten dat er enig verband is tussen de volksverhuizing en massa-migratie (van vluchtelingen) en de decennia-lange inmenging door o.a. het Westen met vechtende en ‘opbouwende’ legers, in olie-rijke gebieden in het zogeheten Midden-Oosten-en-dergelijke, waar Syrië reeds jarenlang door een maniak uiteengereten werd zonder Westerse daadkracht, waar sociale onderhandeling onder de bedwelmende vlaggen van religie en ophitsing kon opduiken voor machtstoeeigening, waar de enge vijands-ander ‘ons’ tot vijands-ander heeft gemaakt. Wij waren daar toch ook een partijtje in.
Zo laten de resten en sporen van donkertes zichzelf achter in onze levens. Verwrongen komen ze soms terug om hoekjes kijken, als duveltjes in doosjes, springerig. In onschuldig ogende kinderliedjes zingen we vieze protestliedjes van een vergeten proletariaat, of leren we onze kinderen, onze papagaaiende aapjes, klankjes en nepwoordjes opdreunen die eigenlijk ooit talen waren, zangverhalen waren die slaven in wanhoop kraamden terwijl ze tot arbeid gedwongen waren om onze civilisatie (een loer) aan te draaien. Wiens cultuur en families werden ontnomen, wiens laatste strohalmen honderd jaar later als dode flauwe aftreksels circuleren in klaslokalen, vrolijk makend. Misschien zelfs nog met een of ander trommeltje en posters van regenboogvolkjes.
Minstens zo vrolijk liet Ace of Base ons de discoballenblikken 1980-jaren herbeleven om de koopkracht aan te zwengelen, met subliminale Nazi-gedachten. (Ontdekt dankzij The Cracked podcast). De wereld zit vol van dubbele laagjes, van flinterdunne cilofaantjes van lanterfanterende infecties. Wondjes lospeuteren is vervelend, maar helend. En zie er de (tragische) humor dan toch van in. Het is allemaal oh zo menselijk en uiteindelijk, onvermijdelijk. Wat wel te vermijden is, is chronisch vermijdingsgedrag. Al weet ik daar in de organisatie van mijn persoonlijke leven dan weer niets van (deze game en mijn ‘rant’ zijn immers van jaren geleden en nu pas teruggevonden in kladjes, omdat ik ergens op wachtte).
0 notes
Text
Column 430 “Blauwe plekken en littekens”
Twee weken geleden waren de donkere wolken boven het Parkstad Limburg Stadion dikker dan ooit. Alle negativiteit ging uit naar de beleidsbepalers en ook ik deed een duit in het zakje, een soort van “wake-up call” omdat de ontwikkelingen na de winterstop de verkeerde kant op dreigden te gaan. En zie: nu lijken alle problemen als sneeuw voor de zon te zijn verdwenen met de komst van een grote zak met geld en daarnaast de know how van een groot speler die, naar verluid, gaat zorgen voor kwalitatieve impulsen en de doorontwikkeling van de voetbalacademie.
“Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk…” zong het kleine kuikentje Alfred Jodocus Kwak, het alterego van Herman van Veen zo’n twintig jaar geleden. En vrolijk kunnen we wel een beetje zijn. Opeen was hij er, als een duveltje uit een doosje; onze eigen “el salvator” en wat zullen ze op de burelen en aan de Roda-top blij zijn geweest met fan Stijn Janssen, opererende vanuit het verre Dubai en kennis hebbende van het grote geld en mogelijkheden. Hij legde een link tussen geldmagnaat Korotaev en noodlijdend Roda JC Kerkrade met als gevolg dat technisch directeur Caanen met de dollartekens in zijn ogen kon gaan shoppen en algemeen directeur Collard handwringend gewag maakte van het feit dat de meeste, financiële, problemen tot het land van het verleden behoort.
We kunnen Herman van Veen nog even in ons kielzoog houden: “Als hij kon toveren kwam alles voor elkaar…”. Voetbal is geld en met geld kun je toveren. Dat blijkt maar weer eens. Korotaev wappert met zijn chequeboekje en plots gaat de tranferkraan van druppelen naar spuiten. Wederom mag Roda nieuwe spelers aantrekken en men kan gaan shoppen in een ander segment dan eerder werd aangenomen. Het wordt overvol in de Kerkraadse kleedkamer en Yannis zal er een hele tour aan hebben alle huidige selectiespelers tevreden te houden. Er kunnen tenslotte maar elf mannen spelen en maar enkelen kunnen plaatsnemen op de reservebank. Het lijkt nu nog rustig, maar de tijdbom is m.i. gaan tikken. Vraag is wanneer die tot ontploffing gaat komen, tenzij Yannis een echte volksmenner, liever spelersmentor, blijkt. Vraag is welke beloften er zijn gedaan bij het aantrekken van de nieuwe spelers, niet alleen nu, maar ook in januari en juli/augustus 2016. Dat er clausules opgenomen worden in spelerscontracten lijkt heden te dagen een vrij normale gang van zaken. Er zullen heel wat blauwe plekken en littekens zijn opgelopen, dan wel opgelopen worden.
Dat je daar als supporter ook niet aan ontkomt lijkt geen twijfel. Supporter zijn van Roda JC Kerkrade is niet makkelijk en heel wat ervaringsdeskundigen zullen dat met mij eens zijn. Vooraf aan de wedstrijden toont men tegenwoordig een kort filmpje met de grote successen van weleer: bekerfinales met winst, Luijpers’ goal in San Siro… Stuk voor stuk juweeltjes. Maar daar waren in het verleden ook de zwart geld affaire in de zeventiger jaren, het verhaal rondom FC Limburg, degradatie… Het vervelende is vaak dat de successen langzaam naar de achtergrond dreigen te verdwijnen en de negatieve gedachten in een spiraalvorm de boventoon gaan voeren. Zijn we net blij met Korotaev en Anelka, krijgen we de lachers van Derksen c.s. over ons heen die de Nederlandse media en voetballiefhebber bespeelt met zijn immer laagdunkende kritiek op alles wat buiten de Randstad verkeerd. Satire noemt hij dat doorgaans als hij verstrikt raakt in zijn eigen kleuterachtige gebrabbel. Zelfs Joods Limburg roert zich daar Anelka ooit met een bepaalde groet van het veld liep, al weer ruim vier jaar geleden. Ene oud-voorzitter van een Maastricht clubje denkt ook van zich te moeten laten horen en datzelfde clubje meent er nog een twittertje bovenop te moeten doen waarin men spreekt over het moeten maken van een Kerkraads smoelenboek vanwege de grote Rodaselectie. Ja, ik geef toe: de optelsom van al deze negativiteit doet pijn en bezorgen je blauwe plekken en littekens.
Het verleden geeft geen garantie voor de toekomst, maar dat kun je ook omgedraaid bekijken. Met Korotaev, Anelka en Schrouff kan Roda uit een ander vaatje tappen. Korotaev droomt van een CL over vijf jaar. Dan moet je over vier jaar kampioen worden. Ik hoop dat zijn dromen waar worden en dat we niet opnieuw blauwe plekken gaan oplopen.
Of, en ik geef de tip, luister eens naar “Anne” van Herman van Veen en vul voor Anne maar Roda in… Anne in overdrachtelijk zin. Dat Anne mag uitgroeien tot een hele mooie meid, die krachtig en stevig in de wereld staat. (https://www.youtube.com/watch?v=FxoEtB7b-JU)
’t Lempsje
PS:
Reacties kunt u sturen: [email protected]
Twitter: http://twitter.com/Lempsje
Website/webblog: http://lempsje.tumblr.com
ن��G�
0 notes